Leren vliegen

Alle begin is moeilijk, maar ook modelvliegen is goed onder de knie te krijgen. Sommigen doen er uiteindelijk een seizoen over, anderen leren in enkele maanden vliegen. Een radiografisch bestuurd modelvliegtuig is goed vergelijkbaar met een normaal vliegtuig. Het wordt bestuurd met beweegbare roeren in de vleugels en de staart. Een beginners model heeft drie bestuurbare onderdelen: het richtingroer (meestal gekoppeld aan het neuswiel), hoogteroer en gasregeling van de motor. Rolroeren komen meestal pas in het volgende model aan de beurt. Bekende stabiele beginners kisten zijn de hoogdekkers (vleugels hoog op de romp). De spanwijdte van de hoofdvleugel ligt in de buurt van de 1,5 meter. Je kunt over het algemeen kiezen tussen kant en klare modellen (ARF= Almost Ready to Fly) en zelfbouw modellen. Als je het leuk vindt om van een paar planken hout een vliegtuig in elkaar te zetten, kun je het beste kiezen voor zo'n zelfbouw kist. Maar als je dat bouwen maar niks lijkt, en je liever gelijk gaat vliegen, kom je uit bij een ARF-vliegtuig. Vraag ernaar bij je modelbouwwinkel.

Is modelbouw moeilijk ?

Vliegtuigmodelbouw is redelijk eenvoudig. Maar het is verstandig om eerst je licht op te steken bij een modelvliegclub of een goede modelbouwzaak. Een bouwdoos van een beginners kist is echter gemaakt voor de beginnende bouwer en met een beetje handigheid en geduld kom je vrijwel altijd tot een bevredigend resultaat. Verder mag je altijd hulp van de modelvliegclub verwachten.


Met welk model kan ik het beste beginnen ?

Er is een breed scala aan beginners "kisten". Een paar uitgangspunten hebben ze gemeen: de motorkisten zijn vrijwel allemaal houtbouw (gemakkelijk te repareren bij schade), de spanwijdte ligt rond de 1,5 meter, de motor (tweetakt) heeft een cilinderinhoud van 4 tot 8.5 cc, het is een hoogdekker (vleugels hoog aan de romp), omdat die een grote eigenstabiliteit hebben, de besturing is beperkt tot richtingroer, hoog/laag en gasregeling. Sommige beginners modellen hebben al rolroeren (ailerons) zodat je meteen wat meer met het toestel kan. Officieel zijn dit pas opvolgers. Als je met deze modellen goed kan vliegen kan je gaan kijken voor midden- of laagdekker trainer modellen. Deze modellen hebben nog wel een kleine eigen stabiliteit maar zijn veel wendbaarder.

Enkele bouwdozen, die aan deze voorwaarden voldoen, zijn bijv. de Robbe Charter en de Graupner Taxi.
De ARF (Almost Ready to Fly) zijn sterk in opmars en zijn meestal van goede kwaliteit.
Een voorbeeld hiervan is de Kyosho Calmato Trainer (hoogdekker)
Informeer maar eens bij een goede modelbouwzaak zie de links.

Waarschuwing: begin nooit met één van die fraaie schaalmodellen zoals de P51 Mustang of een Spitfire, dit zijn beslist geen beginners kisten en zullen je de lol aan het modelvliegen drastisch "de grond in boren". Bewaar ze voor later, als je het modelvliegen onder de knie hebt gekregen. Dan pas zul je er volop van kunnen genieten.

Welke motor moet ik nemen ?

Een licht beginners vliegtuig vliegt prima met een 4 cc motor. Deze zijn verkrijgbaar met of zonder kogellagers. Met kogellagers is een stukje duurder maar het vermogen is hoger en de carburateur is meestal beter dan bij motoren met bronzen lagers. Bovendien gaat een motor met kogellagers langer mee. Het is mogelijk om meteen een grote motor (6,5 cc) te nemen die ook op het volgende model gebruikt kan worden. De bedoeling hier achter is om een motor uit te sparen. Maar een grote motor is iets duurder, gebruikt meer brandstof en het vliegen iets moeilijker te leren. Je kunt ook een goede 4 cc motor aan te schaffen en die ook voor het volgende model te gebruiken, bijvoorbeeld een ailerontrainer. Meestal geven de model leveranciers al een minimum en maximum cilinderinhoud aan voor hun modellen. Neem in ieder geval nooit het minimum. Ga er minimaal tussen in zitten. Anders kunnen grond starts nog wel eens lastig worden.

Mocht je liever gaan elektro vliegen, geen gedoe met starten, vette- vingers en modellen en mogelijk geluidsoverlast, dan zijn er grofweg twee type motoren. Borstel en borstelloze motoren. De opmars van borstelloze motoren is enorm en de prijzen dalen daardoor drastisch. De geleverde vermogens in combinatie met de zogenaamde LiPo accu's doet niets meer onder van brandstof. Om tot de juiste motor keuze te komen moet je rekening houden met de volgende zaken. Wat voor type model, gewicht en snelheid. Voor elektrozwevers mag je uit gaan van minimaal 100Watt elektrisch vermogen per kilo. Voor normale vliegtuigen 200Watt per kilo, en voor 3D of speed modellen ongeveer 300 a 400 Watt per kilo. Of uitgedrukt in statische trekkracht v.s. vlieggewicht. 1:4 á 1:3 zwever / 1:2 normaal vliegtuig / 1.5:1 á 2:1 voor speed of 3D. Dus 250gram trekkracht op 1000gram vlieggewicht.
Vermogen is de accuspanning tijdens belasting x de stroom die er loopt. Bv 8,4Volt (7cellen NiMh) x 12Ampére = 100.8W Op een accu van 3000mAh heb je dan een motorloop van ongeveer 15 minuten. (3A/12A=1/4 uur)
Bij borstelloze motoren wordt het toerental per volt weer gegeven. Voor langzame modellen is het van belang om een motor te nemen met een laag K.V. zodat er een grote propeller op kan met een grote diameter en weinig spoed zoals 8x4. Bijv. 1400Kv op 3S lipo á 11.1V = 15540 onbelast toerental. Wat belast op ongeveer 10000rpm komt. Voor snelle modellen is er een keuze voor een hoge K.V. Bijv. 2500kv. 2500x11.1 = 27750rpm onbelast. Door de hoge toerentallen kan er alleen een kleine propeller toegepast worden om de stroom binnen de beperking te houden. Het voordeel hiervan is dat de propeller snelheid zeer hoog is en daardoor het model snel zal vliegen. Een toegepaste propeller zou bijv. kunnen zijn een 5x5

Laat je goed voorlichten door je handelaar alvorens aanschaf.

Welke radiobesturing moet ik nemen ?

Er is tegenwoordig een enorm aanbod in radiografische besturingen. Neem een set met minstens 4 kanalen, die eventueel is uit te breiden. Bekende merken zijn Futaba (Robbe) of Graupner. Een zendvergunning is in Nederland niet meer nodig, dus aan het in bezit hebben van een zender zijn geen kosten verbonden. Vraag uw handelaar om apparatuur in de 35 MHz band. Vrijwel alle nieuwe zenders zijn computerzenders, zodat je bijvoorbeeld draairichting van de servo’s kunt opslaan in het geheugen. De instellingen op deze zenders zijn eenvoudig te veranderen. Als je echt zeker weet dat je met modelvliegen door wilt gaan is het zeker de moeite waard om een goede computerzender te kopen voor enkele tientjes meer. Dan zul je er in de toekomst veel plezier van hebben.

Tegenwoordig wordt er ook al veel gevlogen op de 2.4Ghz. Dit is veel minder storingsgevoelig en is niet meer frequentie afhankelijk. Een bijkomend voordeel is dat de antenne op de zender maar enkele centimeters lang is en op de ontvanger vrijwel geheel komt te vervallen. Goede 2.4Ghz zenders zijn de Spectrum DX6i, DX7, Graupner MX16 IFS en Futaba Fasst. De laatste heeft als nadeel dat de ontvangers behoorlijk duur zijn. En het algemene nadeel is dat alle zenders merk gebonden ontvangers gebruiken. Dus een goedkoop ontvangertje van een ander merk zal niet werken.

Op de club hebben wij beschikking tot een leraarleerling systeem voor 35 MHz Graupner zender. Bijvoorbeeld een MX-12 of MX-16 dat met een kabelsysteem verbonden kan worden met een andere MX-12. Als de leraar een knop inhoud op zijn zender kan de leerling sturen. Zodra er iets mis gaat laar de leraar deze knop los en kan hij met zijn zender het vliegtuig verder besturen.
Het voordeel van dit systeem is dat er geen tijd verloren gaat met het overnemen van de zender als er iets mis gaat.

Tip: Als je bij een modelvliegclub aansluit overleg dan met de andere clubleden welke kanaal (frequentie) je het beste kunt kiezen.
Bij welke stuurknuppels horen welke roerbewegingen ?

Het is belangrijk, dat iedereen de besturing op dezelfde knuppels heeft staan, zodat je de zender zo van iemand kunt overnemen en verder vliegt. Daarom zijn er bij een modelvliegclubs vaak afspraken gemaakt bij welke knuppels welke roerbewegingen horen. Een zender heeft twee stuur knuppels.

Hoe wordt een vliegtuig nu bestuurd?

Daarvoor neem je de zender in de hand en gaat daarmee achter het model staan.
Rechter stuurknuppel: stuurknuppel naar rechts, nu moet het richtingsroer ook naar rechts bewegen, eventueel te samen met het bestuurbaar neuswiel. Het model beweegt zich hierdoor naar rechts. Stuurknuppel naar links beweegt moet ook het richtingsroer naar links bewegen.
Dezelfde rechter stuurknuppel kan ook naar voren bewogen worden (van je af dus) en dan moet de motor naar volgas gaan. Naar je toe is stationair. Naast deze stuurknuppel zit een trim, waarmee de stationaire gasregeling wordt geregeld. Trim helemaal naar voren te schuiven, zodat je motor stationair draait en naar je toe trekken van de trim laat de motor afslaan (de carburateur van de motor moet zich dan helemaal sluiten).

Linker stuurknuppel: met de linker stuurknuppel sturen we voorlopig alleen hoog en laag.
Beweeg je de stuurknuppel naar voren (van je af) dan moet het hoogteroer naar beneden bewegen. Het vliegtuig duikt hierdoor naar beneden (down”). Naar je toe is "up". Het hoogteroer beweegt zich dan omhoog.
Als je later (met je volgende model) met ailerons (of ook wel rolroeren genoemd) gaat vliegen komen deze op de plaats van het richting roer (rechter stuurknuppel) en verhuist het richtingroer naar de linkerstuurknuppel. Dat lijkt onlogisch, maar is in de praktijk noodzakelijk gebleken, omdat je vanaf dat moment je bochten maakt met ailerons en nog maar zelden met richtingroer zult vliegen (hooguit bij het opstijgen en/of landen).

Wat kost het allemaal ?

De eerste aanschaf voor een hobby is altijd een hele hap ineens. Gelukkig hoef je niet alles in eens te kopen. Je koopt en bouwt eerst een vliegtuig. Vervolgens koop je na een paar maanden de radiobesturing en motor. Bovendien gebruik je de radiobesturing en motor ook voor latere modellen.

Ter indicatie toch maar eens een optelsommetje:

Een 4 kanaal radioset, incl. accu's en 3 servo's :gemiddeld €150,-
Een acculaadapparaat voor zender en ontvangeraccu: €30,-
Een beginnervliegtuig een ARF Calmato Trainer: €120,-
Een 8.5 cc tweetaktmotor (incl. demper en gloeiplug): €150,-
Een 2 volt startaccu met startklem en startvinger: €25,-
Klein materiaal, diversen:( wielen, brandstoftankje, flacon of pompje, scharnieren, roerhoorntjes, stuurstangen, e.d.) €50,-

______
Totaal: €525,-

Met een beetje leuke aanbieding of iets goedkoper model met kleinere motor kan je iets goedkoper uitkomen.

Tip: Vaak zijn er complete beginner sets te koop die nog goedkoper worden aangeboden.

Natuurlijk hoef je niet alles nieuw te kopen, hoewel dat wel veiliger is. Koop je tweedehands, neem dan iemand mee, die er verstand van heeft. Voor vragen kun je natuurlijk ook altijd bij clubleden terecht.

Startbox: sommigen willen er graag ook meteen een startbox bij hebben, waarin wat meer handige hulpmiddelen zitten dan het minimale beginners materieel. Zo'n box kan bevatten: een 12 V startmotor, een 12 V loodaccu, een gloeiplugmodulator, een elektrisch brandstofpompje, een kleine jerrycan brandstof, opberglades voor klein gereedschap en reserve onderdelen. Kijk eens goed rond op de modelvliegvelden en vraag de eigenaar naar de details. De handigheidjes van een ander hoef je dan niet meer zelf te bedenken!

Moet ik lid worden van een club ?

Ja, uiteindelijk is dat onvermijdelijk, maar tevens het meest praktisch. Modelvliegclubs hebben namelijk meestal een vlieglocatie, waar het vliegen is toegestaan. Het "zomaar" ergens vliegen heeft risico's. Bovendien moet je toestemming hebben van zowel de grondeigenaar als ook van de gemeente. In het begin van je modelvlieghobby kun je ook vaak volstaan met informatieve contacten. De Betuwse Modelvlieg Club eist niet dat je direct lid wordt, maar helpt je alvast op weg met adviezen. Op het moment, dat je het eerste model wilt laten invliegen, is het verstandig ook clublid te worden, en zodoende volop kunt meeprofiteren van de voorzieningen van de modelvliegclub.
Hoe zit het met verzekeringen ?

De meeste WA verzekeringen hebben modelvliegen in de polis zitten (€ 1.500.000,- dekking), maar vraag dat wel goed na. Als je lid wordt van de KNVvL (Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart), afdeling Modelvliegsport, heb je geen persoonlijke WA verzekering voor modelvliegen nodig, omdat die al automatisch opgenomen is in het KNVvL lidmaatschap.